registreren

Column: Jan Dirk toch!

Jan Dirk toch!

Zo'n beetje in maart gebeurt het al bij me; dan gaat het kriebelen. Niet omdat dan een jeukerige aandoening de kop opsteekt, maar omdat het cricketseizoen er in de verte aankomt. In april ontpopt het gekriebel zich tot een lichte koorts. En op de drempel van mei? Dan verdwijnt het en komt er een zekere rust over me.

Alleen al de fietstocht naar het cricketveld is een genot. Fluitende vogels vergezellen me tijdens de rit door het verder stille park. Geen rijen auto's waarvan de bestuurders op de overvolle parkeerplaats koortsachtig een plekje zoeken en hun blik uiteindelijk maar ergens in een berm gooien. De opengeslagen deuren van het chalet lijken me welkom te willen heten. Geen muziek, maar rust.

Buiten ruik je het nog natte gras, niet de giftige rubberkorrels. Binnen schudden de teams elkaar gemoedelijk de hand bij binnenkomst. En dan moet de wedstrijd nog beginnen!Geen (opgefokt) geschreeuw vanaf de kant. Ja, af en toe een kreet vanuit het veld, vaak gevolgd door gejuich. De afgang van de speler wordt begeleidt met een kalm applaus. En ik? Ik kuier wat langs de boundary, zit even op één van de stijlvolle houten banken, maak een praatje met een andere liefhebber en kijk cricket. Van kriebel en koorts is al lang geen sprake meer.

Zelf kan ik er geen hout van: cricket. Maar het is een geweldige sport om te aanschouwen. En niet alleen dat. Het is ook nog eens een sociaal en respectvol gebeuren. Een plek waar oude vrienden elkaar ontmoeten. Daarom raakte ik laatst uit mijn hum door de column van Jan Dirk van der Zee, onder andere gepubliceerd op de website van uw vereniging. Een column van wie? Jan Dirk van der Zee. Directeur amateurvoetbal van de KNVB. Hij zette het licht op groen voor langer doorvoetballen in de zomer. Dom, dom, dom. Want de bestuurder had even niet gedacht aan clubs met twee hoofdsporten. Voetbal en cricket dus.

'Cricket is niet mijn ding', schrijft Jan Dirk. ' Buiten wat vage beelden van Studio Sport die ik mij herinner, heb ik nog nooit een wedstrijd gezien. Veel verder dan het beeld van mannen in gebreide spencertjes, die stokjes omver proberen te kegelen, kom ik niet. Noem het een gebrek aan opvoeding of een missend onderdeeltje in mijn algemene ontwikkeling' .

Het komt bij mij als cricketliefhebber bijna beledigend over. Om er gelijk aan toe te voegen dat Jan Dirk zijn excuus maakte aan een voorzitter van een cricketvereniging die terecht vond dat hij, en waarschijnlijk alle andere cricketverenigingen, over het hoofd waren gezien.

Ik ga u niet de hele column van Jan Dirk voorschotelen, dat zal u hoop ik begrijpen. Jan Dirk constateert na een meeting met wat afgezanten van enkele cricketclubs dat ze over geld, sportieve successen, aanwas van leden en hulp van vrijwilligers niks te klagen hebben. 'Het is er in overvloed', stelt hij zelfs. Of bepaalde zaken zijn hem rooskleuriger voorgeschoteld dan ze zijn of Jan Dirk heeft niet goed geluisterd.

Jan Dirk sluit zijn epistel, dat enkele weken geleden al werd geschreven, af met de volgende woorden. 'Als je wilt kun je dit weekend gaan kijken, dan begint het cricketseizoen. Schijnt leuk te zijn.'

Schijnt leuk te zijn? Jan Dirk toch! Het ís leuk! Fantastisch zelfs! Ik nodig Jan Dirk uit eens naar Schiedam af te reizen. Want daar speelt de landskampioen. Leuk? Topsport, kan ik u zeggen. En ook nog eens met een hoge amusementswaarde en een stijlvollere derde helft dan bij het voetbal. Ik kan me zo voorstellen dat cricketvoorzitter Luuk van Troost Jan Dirk graag de grondbeginselen van- en respect voor het cricket bijbrengt. 'Nog nooit een cricketwedstrijd gezien.'

Schijnt leuk te zijn. Nou ja zeg! Kom eens kijken!

PUNTER